HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← shockeren — definition

Conjugation of shockeren

Regular CEFR C2
ʃɔˈkeːrə(n)

een emotionele schok bij iemand veroorzaken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik shockeer
jij / je shockeert
hij / zij / het shockeert
wij / we shockeren
jullie shockeren
zij / ze shockeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik shockeerde
jij / je shockeerde
hij / zij / het shockeerde
wij / we shockeerden
jullie shockeerden
zij / ze shockeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik shockere
jij / je shockere
hij / zij / het shockere
wij / we shockeren
jullie shockeren
zij / ze shockeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik shockeerde
jij / je shockeerde
hij / zij / het shockeerde
wij / we shockeerden
jullie shockeerden
zij / ze shockeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij shockeer
jullie (archaïsch) shockeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
shockeren
Tegenwoordig deelwoord
shockerend
Voltooid deelwoord
geshockeerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary