HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← schuwen — definition

Conjugation of schuwen

Regular CEFR B1
ˈsxyu̯ə(n)

mijden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik schuw
jij / je schuwt
hij / zij / het schuwt
wij / we schuwen
jullie schuwen
zij / ze schuwen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik schuwde
jij / je schuwde
hij / zij / het schuwde
wij / we schuwden
jullie schuwden
zij / ze schuwden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik schuwe
jij / je schuwe
hij / zij / het schuwe
wij / we schuwen
jullie schuwen
zij / ze schuwen
Aanvoegende wijs — verleden
ik schuwde
jij / je schuwde
hij / zij / het schuwde
wij / we schuwden
jullie schuwden
zij / ze schuwden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij schuw
jullie (archaïsch) schuwt

Onbepaalde vormen

Infinitief
schuwen
Tegenwoordig deelwoord
schuwend
Voltooid deelwoord
geschuwd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary