Conjugation of schrooien
/sxroːi̯ə(n)/vaten of andere rolronde voorwerpen met behulp van touwen die er los omgeslagen zijn langs schuine liggers aflaten of ophalen Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | schrooi |
| jij / je | schrooit |
| hij / zij / het | schrooit |
| wij / we | schrooien |
| jullie | schrooien |
| zij / ze | schrooien |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | schrooide |
| jij / je | schrooide |
| hij / zij / het | schrooide |
| wij / we | schrooiden |
| jullie | schrooiden |
| zij / ze | schrooiden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | schrooie |
| jij / je | schrooie |
| hij / zij / het | schrooie |
| wij / we | schrooien |
| jullie | schrooien |
| zij / ze | schrooien |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | schrooide |
| jij / je | schrooide |
| hij / zij / het | schrooide |
| wij / we | schrooiden |
| jullie | schrooiden |
| zij / ze | schrooiden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | schrooi |
| jullie (archaïsch) | schrooit |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | schrooien |
Tegenwoordig deelwoord
| — | schrooiend |
Voltooid deelwoord
| — | geschrooid |