Conjugation of schromen
ˈsxroː.mə(n)zich niet op zijn gemak voelen om iets te doen Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | schroom |
| jij / je | schroomt |
| hij / zij / het | schroomt |
| wij / we | schromen |
| jullie | schromen |
| zij / ze | schromen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | schroomde |
| jij / je | schroomde |
| hij / zij / het | schroomde |
| wij / we | schroomden |
| jullie | schroomden |
| zij / ze | schroomden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | schrome |
| jij / je | schrome |
| hij / zij / het | schrome |
| wij / we | schromen |
| jullie | schromen |
| zij / ze | schromen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | schroomde |
| jij / je | schroomde |
| hij / zij / het | schroomde |
| wij / we | schroomden |
| jullie | schroomden |
| zij / ze | schroomden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | schroom |
| jullie (archaïsch) | schroomt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | schromen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | schromend |
Voltooid deelwoord
| — | geschroomd |
Practice in context
Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.