Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | schraag |
| jij / je | schraagt |
| hij / zij / het | schraagt |
| wij / we | schragen |
| jullie | schragen |
| zij / ze | schragen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | schraagde |
| jij / je | schraagde |
| hij / zij / het | schraagde |
| wij / we | schraagden |
| jullie | schraagden |
| zij / ze | schraagden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | schrage |
| jij / je | schrage |
| hij / zij / het | schrage |
| wij / we | schragen |
| jullie | schragen |
| zij / ze | schragen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | schraagde |
| jij / je | schraagde |
| hij / zij / het | schraagde |
| wij / we | schraagden |
| jullie | schraagden |
| zij / ze | schraagden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | schraag |
| jullie (archaïsch) | schraagt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | schragen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | schragend |
Voltooid deelwoord
| — | geschraagd |