HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← schorsen — definition

Conjugation of schorsen

Regular CEFR C2
ˈsxɔr.sə(n)

voorlopig of tijdelijk verbieden een functie uit te voeren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik schors
jij / je schorst
hij / zij / het schorst
wij / we schorsen
jullie schorsen
zij / ze schorsen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik schorste
jij / je schorste
hij / zij / het schorste
wij / we schorsten
jullie schorsten
zij / ze schorsten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik schorse
jij / je schorse
hij / zij / het schorse
wij / we schorsen
jullie schorsen
zij / ze schorsen
Aanvoegende wijs — verleden
ik schorste
jij / je schorste
hij / zij / het schorste
wij / we schorsten
jullie schorsten
zij / ze schorsten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij schors
jullie (archaïsch) schorst

Onbepaalde vormen

Infinitief
schorsen
Tegenwoordig deelwoord
schorsend
Voltooid deelwoord
geschorst

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary