HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← schoppen — definición

Conjugation of schoppen

Regular CEFR B2
/ˈsxɔ.pə(n)/

het ver schoppen: succesvol zijn in het leven Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik schop
jij / je schopt
hij / zij / het schopt
wij / we schoppen
jullie schoppen
zij / ze schoppen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik schopte
jij / je schopte
hij / zij / het schopte
wij / we schopten
jullie schopten
zij / ze schopten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik schoppe
jij / je schoppe
hij / zij / het schoppe
wij / we schoppen
jullie schoppen
zij / ze schoppen
Aanvoegende wijs — verleden
ik schopte
jij / je schopte
hij / zij / het schopte
wij / we schopten
jullie schopten
zij / ze schopten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij schop
jullie (archaïsch) schopt

Onbepaalde vormen

Infinitief
schoppen
Tegenwoordig deelwoord
schoppend
Voltooid deelwoord
geschopt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary