HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← schooien — definition

Conjugation of schooien

Regular CEFR B2
'sxojə(n)

iets vragen zonder iets terug te willen geven Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik schooi
jij / je schooit
hij / zij / het schooit
wij / we schooien
jullie schooien
zij / ze schooien
Verleden tijd (o.v.t.)
ik schooide
jij / je schooide
hij / zij / het schooide
wij / we schooiden
jullie schooiden
zij / ze schooiden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik schooie
jij / je schooie
hij / zij / het schooie
wij / we schooien
jullie schooien
zij / ze schooien
Aanvoegende wijs — verleden
ik schooide
jij / je schooide
hij / zij / het schooide
wij / we schooiden
jullie schooiden
zij / ze schooiden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij schooi
jullie (archaïsch) schooit

Onbepaalde vormen

Infinitief
schooien
Tegenwoordig deelwoord
schooiend
Voltooid deelwoord
geschooid

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary