HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← schommelen — definition

Conjugation of schommelen

Regular CEFR C2
ˈsxɔ.mə.lə(n)

op een schommel heen en weer bewegen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik schommel
jij / je schommelt
hij / zij / het schommelt
wij / we schommelen
jullie schommelen
zij / ze schommelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik schommelde
jij / je schommelde
hij / zij / het schommelde
wij / we schommelden
jullie schommelden
zij / ze schommelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik schommele
jij / je schommele
hij / zij / het schommele
wij / we schommelen
jullie schommelen
zij / ze schommelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik schommelde
jij / je schommelde
hij / zij / het schommelde
wij / we schommelden
jullie schommelden
zij / ze schommelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij schommel
jullie (archaïsch) schommelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
schommelen
Tegenwoordig deelwoord
schommelend
Voltooid deelwoord
geschommeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary