HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← scholen — definition

Conjugation of scholen

Regular CEFR B2
ˈsxolə(n)

meervoud verleden tijd van schuilen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik school
jij / je schoolt
hij / zij / het schoolt
wij / we scholen
jullie scholen
zij / ze scholen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik schoolde
jij / je schoolde
hij / zij / het schoolde
wij / we schoolden
jullie schoolden
zij / ze schoolden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik schole
jij / je schole
hij / zij / het schole
wij / we scholen
jullie scholen
zij / ze scholen
Aanvoegende wijs — verleden
ik schoolde
jij / je schoolde
hij / zij / het schoolde
wij / we schoolden
jullie schoolden
zij / ze schoolden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij school
jullie (archaïsch) schoolt

Onbepaalde vormen

Infinitief
scholen
Tegenwoordig deelwoord
scholend
Voltooid deelwoord
geschoold

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary