HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← schoffelen — definition

Conjugation of schoffelen

Regular CEFR B2
ˈsxɔ.fə.lə(n)

onkruid verwijderen met een schoffel Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik schoffel
jij / je schoffelt
hij / zij / het schoffelt
wij / we schoffelen
jullie schoffelen
zij / ze schoffelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik schoffelde
jij / je schoffelde
hij / zij / het schoffelde
wij / we schoffelden
jullie schoffelden
zij / ze schoffelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik schoffele
jij / je schoffele
hij / zij / het schoffele
wij / we schoffelen
jullie schoffelen
zij / ze schoffelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik schoffelde
jij / je schoffelde
hij / zij / het schoffelde
wij / we schoffelden
jullie schoffelden
zij / ze schoffelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij schoffel
jullie (archaïsch) schoffelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
schoffelen
Tegenwoordig deelwoord
schoffelend
Voltooid deelwoord
geschoffeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary