HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← schnabbelen — definition

Conjugation of schnabbelen

Regular CEFR C1
ˈʃnɑ.bə.lə(n)

extra geld verdienen met een bijbaantje Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik schnabbel
jij / je schnabbelt
hij / zij / het schnabbelt
wij / we schnabbelen
jullie schnabbelen
zij / ze schnabbelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik schnabbelde
jij / je schnabbelde
hij / zij / het schnabbelde
wij / we schnabbelden
jullie schnabbelden
zij / ze schnabbelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik schnabbele
jij / je schnabbele
hij / zij / het schnabbele
wij / we schnabbelen
jullie schnabbelen
zij / ze schnabbelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik schnabbelde
jij / je schnabbelde
hij / zij / het schnabbelde
wij / we schnabbelden
jullie schnabbelden
zij / ze schnabbelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij schnabbel
jullie (archaïsch) schnabbelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
schnabbelen
Tegenwoordig deelwoord
schnabbelend
Voltooid deelwoord
geschnabbeld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary