HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← schenken — definition

Conjugation of schenken

Regular CEFR C1
ˈsxɛŋ.kə(n)

overdragen van bezit aan iemand anders (zonder tegenprestatie) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik schenk
jij / je schenkt
hij / zij / het schenkt
wij / we schenken
jullie schenken
zij / ze schenken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik schonk
jij / je schonk
hij / zij / het schonk
wij / we schonken
jullie schonken
zij / ze schonken

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik schenke
jij / je schenke
hij / zij / het schenke
wij / we schenken
jullie schenken
zij / ze schenken
Aanvoegende wijs — verleden
ik schonke
jij / je schonke
hij / zij / het schonke
wij / we schonken
jullie schonken
zij / ze schonken

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij schenk
jullie (archaïsch) schenkt

Onbepaalde vormen

Infinitief
schenken
Tegenwoordig deelwoord
schenkend
Voltooid deelwoord
geschonken

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary