HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← schenden — definition

Conjugation of schenden

Regular CEFR C2
ˈsxɛndə(n)

bederven, verderven, aantasten, beschadigen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik schend
jij / je schendt
hij / zij / het schendt
wij / we schenden
jullie schenden
zij / ze schenden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik schond
jij / je schond
hij / zij / het schond
wij / we schonden
jullie schonden
zij / ze schonden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik schende
jij / je schende
hij / zij / het schende
wij / we schenden
jullie schenden
zij / ze schenden
Aanvoegende wijs — verleden
ik schonde
jij / je schonde
hij / zij / het schonde
wij / we schonden
jullie schonden
zij / ze schonden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij schend
jullie (archaïsch) schendt

Onbepaalde vormen

Infinitief
schenden
Tegenwoordig deelwoord
schendend
Voltooid deelwoord
geschonden

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary