HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← scheiden — definición

Conjugation of scheiden

Regular CEFR B1
/ˈsxɛi̯.də(n)/

het samenzijn of de omgang van personen verbreken of verbroken houden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik scheid
jij / je scheidt
hij / zij / het scheidt
wij / we scheiden
jullie scheiden
zij / ze scheiden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik scheidde
jij / je scheidde
hij / zij / het scheidde
wij / we scheidden
jullie scheidden
zij / ze scheidden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik scheide
jij / je scheide
hij / zij / het scheide
wij / we scheiden
jullie scheiden
zij / ze scheiden
Aanvoegende wijs — verleden
ik scheidde
jij / je scheidde
hij / zij / het scheidde
wij / we scheidden
jullie scheidden
zij / ze scheidden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij scheid
jullie (archaïsch) scheidt

Onbepaalde vormen

Infinitief
scheiden
Tegenwoordig deelwoord
scheidend
Voltooid deelwoord
gescheiden

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary