HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← schakeeren — definition

Conjugation of schakeeren

Regular CEFR B2

obsolete spelling of schakeren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik schakeer
jij / je schakeert
hij / zij / het schakeert
wij / we schakeeren
jullie schakeeren
zij / ze schakeeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik schakeerde
jij / je schakeerde
hij / zij / het schakeerde
wij / we schakeerden
jullie schakeerden
zij / ze schakeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik schakeere
jij / je schakeere
hij / zij / het schakeere
wij / we schakeeren
jullie schakeeren
zij / ze schakeeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik schakeerde
jij / je schakeerde
hij / zij / het schakeerde
wij / we schakeerden
jullie schakeerden
zij / ze schakeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij schakeer
jullie (archaïsch) schakeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
schakeeren
Tegenwoordig deelwoord
schakeerend
Voltooid deelwoord
geschakeerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary