HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← schaften — definition

Conjugation of schaften

Regular CEFR B2

meervoud verleden tijd van schaffen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik schaft
jij / je schaft
hij / zij / het schaft
wij / we schaften
jullie schaften
zij / ze schaften
Verleden tijd (o.v.t.)
ik schaftte
jij / je schaftte
hij / zij / het schaftte
wij / we schaftten
jullie schaftten
zij / ze schaftten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik schafte
jij / je schafte
hij / zij / het schafte
wij / we schaften
jullie schaften
zij / ze schaften
Aanvoegende wijs — verleden
ik schaftte
jij / je schaftte
hij / zij / het schaftte
wij / we schaftten
jullie schaftten
zij / ze schaftten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij schaft
jullie (archaïsch) schaft

Onbepaalde vormen

Infinitief
schaften
Tegenwoordig deelwoord
schaftend
Voltooid deelwoord
geschaft

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary