HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← schaden — definition

Conjugation of schaden

Regular CEFR C1
ˈsxaːdə(n)

iets of iemand schade toebrengen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik schaad
jij / je schaadt
hij / zij / het schaadt
wij / we schaden
jullie schaden
zij / ze schaden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik schaadde
jij / je schaadde
hij / zij / het schaadde
wij / we schaadden
jullie schaadden
zij / ze schaadden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik schade
jij / je schade
hij / zij / het schade
wij / we schaden
jullie schaden
zij / ze schaden
Aanvoegende wijs — verleden
ik schaadde
jij / je schaadde
hij / zij / het schaadde
wij / we schaadden
jullie schaadden
zij / ze schaadden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij schaad
jullie (archaïsch) schaadt

Onbepaalde vormen

Infinitief
schaden
Tegenwoordig deelwoord
schadend
Voltooid deelwoord
geschaad

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary