HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← sappelen — definition

Conjugation of sappelen

Regular CEFR B2
ˈsɑ.pə.lə(n)

hard werken om aan de kost te komen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik sappel
jij / je sappelt
hij / zij / het sappelt
wij / we sappelen
jullie sappelen
zij / ze sappelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik sappelde
jij / je sappelde
hij / zij / het sappelde
wij / we sappelden
jullie sappelden
zij / ze sappelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik sappele
jij / je sappele
hij / zij / het sappele
wij / we sappelen
jullie sappelen
zij / ze sappelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik sappelde
jij / je sappelde
hij / zij / het sappelde
wij / we sappelden
jullie sappelden
zij / ze sappelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij sappel
jullie (archaïsch) sappelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
sappelen
Tegenwoordig deelwoord
sappelend
Voltooid deelwoord
gesappeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary