HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← saboteren — definición

Conjugation of saboteren

Regular CEFR C2
/saːboːˈteːrə(n)/

belemmeren (uit protest) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik saboteer
jij / je saboteert
hij / zij / het saboteert
wij / we saboteren
jullie saboteren
zij / ze saboteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik saboteerde
jij / je saboteerde
hij / zij / het saboteerde
wij / we saboteerden
jullie saboteerden
zij / ze saboteerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik sabotere
jij / je sabotere
hij / zij / het sabotere
wij / we saboteren
jullie saboteren
zij / ze saboteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik saboteerde
jij / je saboteerde
hij / zij / het saboteerde
wij / we saboteerden
jullie saboteerden
zij / ze saboteerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij saboteer
jullie (archaïsch) saboteert

Onbepaalde vormen

Infinitief
saboteren
Tegenwoordig deelwoord
saboterend
Voltooid deelwoord
gesaboteerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary