HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ruziën — definition

Conjugation of ruziën

Regular CEFR C1
ˈry.zi.ə(n)

ruzie maken. Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ruzie
jij / je ruziet
hij / zij / het ruziet
wij / we ruziën
jullie ruziën
zij / ze ruziën
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ruziede
jij / je ruziede
hij / zij / het ruziede
wij / we ruzieden
jullie ruzieden
zij / ze ruzieden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ruzië
jij / je ruzië
hij / zij / het ruzië
wij / we ruziën
jullie ruziën
zij / ze ruziën
Aanvoegende wijs — verleden
ik ruziede
jij / je ruziede
hij / zij / het ruziede
wij / we ruzieden
jullie ruzieden
zij / ze ruzieden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ruzie
jullie (archaïsch) ruziet

Onbepaalde vormen

Infinitief
ruziën
Tegenwoordig deelwoord
ruziënd
Voltooid deelwoord
geruzied

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary