HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← rubriceren — definition

Conjugation of rubriceren

Regular CEFR B2

iets of iemand in een rubriek, categorie of klasse onderbrengen of verdelen, groeperen, classificeren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik rubriceer
jij / je rubriceert
hij / zij / het rubriceert
wij / we rubriceren
jullie rubriceren
zij / ze rubriceren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik rubriceerde
jij / je rubriceerde
hij / zij / het rubriceerde
wij / we rubriceerden
jullie rubriceerden
zij / ze rubriceerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik rubricere
jij / je rubricere
hij / zij / het rubricere
wij / we rubriceren
jullie rubriceren
zij / ze rubriceren
Aanvoegende wijs — verleden
ik rubriceerde
jij / je rubriceerde
hij / zij / het rubriceerde
wij / we rubriceerden
jullie rubriceerden
zij / ze rubriceerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij rubriceer
jullie (archaïsch) rubriceert

Onbepaalde vormen

Infinitief
rubriceren
Tegenwoordig deelwoord
rubricerend
Voltooid deelwoord
gerubriceerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary