HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← rommelen — definición

Conjugation of rommelen

Regular CEFR C2
/ˈrɔmələ(n)/

aanklooien, zonder plan of doel maar wat bezig zijn Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik rommel
jij / je rommelt
hij / zij / het rommelt
wij / we rommelen
jullie rommelen
zij / ze rommelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik rommelde
jij / je rommelde
hij / zij / het rommelde
wij / we rommelden
jullie rommelden
zij / ze rommelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik rommele
jij / je rommele
hij / zij / het rommele
wij / we rommelen
jullie rommelen
zij / ze rommelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik rommelde
jij / je rommelde
hij / zij / het rommelde
wij / we rommelden
jullie rommelden
zij / ze rommelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij rommel
jullie (archaïsch) rommelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
rommelen
Tegenwoordig deelwoord
rommelend
Voltooid deelwoord
gerommeld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary