HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← rokkenen — definition

Conjugation of rokkenen

Regular CEFR B2
ˈrɔkənə(n)

to cause; create; bring about; induce; effect Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik rokken
jij / je rokkent
hij / zij / het rokkent
wij / we rokkenen
jullie rokkenen
zij / ze rokkenen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik rokkende
jij / je rokkende
hij / zij / het rokkende
wij / we rokkenden
jullie rokkenden
zij / ze rokkenden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik rokkene
jij / je rokkene
hij / zij / het rokkene
wij / we rokkenen
jullie rokkenen
zij / ze rokkenen
Aanvoegende wijs — verleden
ik rokkende
jij / je rokkende
hij / zij / het rokkende
wij / we rokkenden
jullie rokkenden
zij / ze rokkenden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij rokken
jullie (archaïsch) rokkent

Onbepaalde vormen

Infinitief
rokkenen
Tegenwoordig deelwoord
rokkenend
Voltooid deelwoord
gerokkend

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary