HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← roeken — definición

Conjugation of roeken

Regular CEFR B1
/ˈru.kə(n)/

to care about, to worry about Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik roek
jij / je roekt
hij / zij / het roekt
wij / we roeken
jullie roeken
zij / ze roeken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik rocht
jij / je rocht
hij / zij / het rocht
wij / we rochten
jullie rochten
zij / ze rochten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik roeke
jij / je roeke
hij / zij / het roeke
wij / we roeken
jullie roeken
zij / ze roeken
Aanvoegende wijs — verleden
ik rochte
jij / je rochte
hij / zij / het rochte
wij / we rochten
jullie rochten
zij / ze rochten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij roek
jullie (archaïsch) roekt

Onbepaalde vormen

Infinitief
roeken
Tegenwoordig deelwoord
roekend
Voltooid deelwoord
gerocht

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary