HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← roddelen — definition

Conjugation of roddelen

Regular CEFR C2
ˈrɔdələ(n)

op een vervelende manier over anderen praten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik roddel
jij / je roddelt
hij / zij / het roddelt
wij / we roddelen
jullie roddelen
zij / ze roddelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik roddelde
jij / je roddelde
hij / zij / het roddelde
wij / we roddelden
jullie roddelden
zij / ze roddelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik roddele
jij / je roddele
hij / zij / het roddele
wij / we roddelen
jullie roddelen
zij / ze roddelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik roddelde
jij / je roddelde
hij / zij / het roddelde
wij / we roddelden
jullie roddelden
zij / ze roddelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij roddel
jullie (archaïsch) roddelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
roddelen
Tegenwoordig deelwoord
roddelend
Voltooid deelwoord
geroddeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary