HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← rijzen — definition

Conjugation of rijzen

Regular CEFR C2
ˈrɛi̯.zə(n)

loslaten en afvallen van een aantal zeer kleine gedeelten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik rijs
jij / je rijst
hij / zij / het rijst
wij / we rijzen
jullie rijzen
zij / ze rijzen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik rees
jij / je rees
hij / zij / het rees
wij / we rezen
jullie rezen
zij / ze rezen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik rijze
jij / je rijze
hij / zij / het rijze
wij / we rijzen
jullie rijzen
zij / ze rijzen
Aanvoegende wijs — verleden
ik reze
jij / je reze
hij / zij / het reze
wij / we rezen
jullie rezen
zij / ze rezen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij rijs
jullie (archaïsch) rijst

Onbepaalde vormen

Infinitief
rijzen
Tegenwoordig deelwoord
rijzend
Voltooid deelwoord
gerezen

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary