HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← renoveren — definition

Conjugation of renoveren

Regular CEFR C2
reː.noːˈveː.rə(n)

opknappen, repareren, vernieuwen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik renoveer
jij / je renoveert
hij / zij / het renoveert
wij / we renoveren
jullie renoveren
zij / ze renoveren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik renoveerde
jij / je renoveerde
hij / zij / het renoveerde
wij / we renoveerden
jullie renoveerden
zij / ze renoveerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik renovere
jij / je renovere
hij / zij / het renovere
wij / we renoveren
jullie renoveren
zij / ze renoveren
Aanvoegende wijs — verleden
ik renoveerde
jij / je renoveerde
hij / zij / het renoveerde
wij / we renoveerden
jullie renoveerden
zij / ze renoveerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij renoveer
jullie (archaïsch) renoveert

Onbepaalde vormen

Infinitief
renoveren
Tegenwoordig deelwoord
renoverend
Voltooid deelwoord
gerenoveerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary