HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← remmen — definición

Conjugation of remmen

Regular CEFR B2
/ˈrɛmə(n)/

snelheid doen verminderen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik rem
jij / je remt
hij / zij / het remt
wij / we remmen
jullie remmen
zij / ze remmen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik remde
jij / je remde
hij / zij / het remde
wij / we remden
jullie remden
zij / ze remden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik remme
jij / je remme
hij / zij / het remme
wij / we remmen
jullie remmen
zij / ze remmen
Aanvoegende wijs — verleden
ik remde
jij / je remde
hij / zij / het remde
wij / we remden
jullie remden
zij / ze remden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij rem
jullie (archaïsch) remt

Onbepaalde vormen

Infinitief
remmen
Tegenwoordig deelwoord
remmend
Voltooid deelwoord
geremd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary