HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← relativeren — definition

Conjugation of relativeren

Regular CEFR C1
ˌreː.laː.tiˈveː.rə(n)

iets minder absoluut maken door het in een bepaalde context te plaatsen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik relativeer
jij / je relativeert
hij / zij / het relativeert
wij / we relativeren
jullie relativeren
zij / ze relativeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik relativeerde
jij / je relativeerde
hij / zij / het relativeerde
wij / we relativeerden
jullie relativeerden
zij / ze relativeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik relativere
jij / je relativere
hij / zij / het relativere
wij / we relativeren
jullie relativeren
zij / ze relativeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik relativeerde
jij / je relativeerde
hij / zij / het relativeerde
wij / we relativeerden
jullie relativeerden
zij / ze relativeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij relativeer
jullie (archaïsch) relativeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
relativeren
Tegenwoordig deelwoord
relativerend
Voltooid deelwoord
gerelativeerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary