HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← relateren — definition

Conjugation of relateren

Regular CEFR B2
reːlaːˈteːrə(n)

iets of iemand in verband brengen met iets of iemand anders, gecorreleerd Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik relateer
jij / je relateert
hij / zij / het relateert
wij / we relateren
jullie relateren
zij / ze relateren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik relateerde
jij / je relateerde
hij / zij / het relateerde
wij / we relateerden
jullie relateerden
zij / ze relateerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik relatere
jij / je relatere
hij / zij / het relatere
wij / we relateren
jullie relateren
zij / ze relateren
Aanvoegende wijs — verleden
ik relateerde
jij / je relateerde
hij / zij / het relateerde
wij / we relateerden
jullie relateerden
zij / ze relateerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij relateer
jullie (archaïsch) relateert

Onbepaalde vormen

Infinitief
relateren
Tegenwoordig deelwoord
relaterend
Voltooid deelwoord
gerelateerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary