HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← regeeren — definition

Conjugation of regeeren

Regular CEFR B2

obsolete spelling of regeren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik regeer
jij / je regeert
hij / zij / het regeert
wij / we regeeren
jullie regeeren
zij / ze regeeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik regeerde
jij / je regeerde
hij / zij / het regeerde
wij / we regeerden
jullie regeerden
zij / ze regeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik regeere
jij / je regeere
hij / zij / het regeere
wij / we regeeren
jullie regeeren
zij / ze regeeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik regeerde
jij / je regeerde
hij / zij / het regeerde
wij / we regeerden
jullie regeerden
zij / ze regeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij regeer
jullie (archaïsch) regeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
regeeren
Tegenwoordig deelwoord
regeerend
Voltooid deelwoord
geregeerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary