HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← reflecteren — definition

Conjugation of reflecteren

Regular CEFR C2
ˌreflɛkˈterə(n)

~ over de gedachten ergens goed over laten gaan al of niet hardop Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik reflecteer
jij / je reflecteert
hij / zij / het reflecteert
wij / we reflecteren
jullie reflecteren
zij / ze reflecteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik reflecteerde
jij / je reflecteerde
hij / zij / het reflecteerde
wij / we reflecteerden
jullie reflecteerden
zij / ze reflecteerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik reflectere
jij / je reflectere
hij / zij / het reflectere
wij / we reflecteren
jullie reflecteren
zij / ze reflecteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik reflecteerde
jij / je reflecteerde
hij / zij / het reflecteerde
wij / we reflecteerden
jullie reflecteerden
zij / ze reflecteerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij reflecteer
jullie (archaïsch) reflecteert

Onbepaalde vormen

Infinitief
reflecteren
Tegenwoordig deelwoord
reflecterend
Voltooid deelwoord
gereflecteerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary