HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← reciteren — definition

Conjugation of reciteren

Regular CEFR B2

een stuk voordragen of opzeggen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik reciteer
jij / je reciteert
hij / zij / het reciteert
wij / we reciteren
jullie reciteren
zij / ze reciteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik reciteerde
jij / je reciteerde
hij / zij / het reciteerde
wij / we reciteerden
jullie reciteerden
zij / ze reciteerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik recitere
jij / je recitere
hij / zij / het recitere
wij / we reciteren
jullie reciteren
zij / ze reciteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik reciteerde
jij / je reciteerde
hij / zij / het reciteerde
wij / we reciteerden
jullie reciteerden
zij / ze reciteerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij reciteer
jullie (archaïsch) reciteert

Onbepaalde vormen

Infinitief
reciteren
Tegenwoordig deelwoord
reciterend
Voltooid deelwoord
gereciteerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary