HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← rauzen — definición

Conjugation of rauzen

Regular CEFR B1
/ˈrɑu̯.zə(n)/

op een zeer snelle maar onbeheerste manier verplaatsen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik raus
jij / je raust
hij / zij / het raust
wij / we rauzen
jullie rauzen
zij / ze rauzen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik rausde
jij / je rausde
hij / zij / het rausde
wij / we rausden
jullie rausden
zij / ze rausden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik rauze
jij / je rauze
hij / zij / het rauze
wij / we rauzen
jullie rauzen
zij / ze rauzen
Aanvoegende wijs — verleden
ik rausde
jij / je rausde
hij / zij / het rausde
wij / we rausden
jullie rausden
zij / ze rausden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij raus
jullie (archaïsch) raust

Onbepaalde vormen

Infinitief
rauzen
Tegenwoordig deelwoord
rauzend
Voltooid deelwoord
gerausd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary