HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← raspen — definition

Conjugation of raspen

Regular CEFR B1
ˈrɑs.pə(n)

met een rasp afvijlen en fijnmaken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik rasp
jij / je raspt
hij / zij / het raspt
wij / we raspen
jullie raspen
zij / ze raspen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik raspte
jij / je raspte
hij / zij / het raspte
wij / we raspten
jullie raspten
zij / ze raspten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik raspe
jij / je raspe
hij / zij / het raspe
wij / we raspen
jullie raspen
zij / ze raspen
Aanvoegende wijs — verleden
ik raspte
jij / je raspte
hij / zij / het raspte
wij / we raspten
jullie raspten
zij / ze raspten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij rasp
jullie (archaïsch) raspt

Onbepaalde vormen

Infinitief
raspen
Tegenwoordig deelwoord
raspend
Voltooid deelwoord
geraspt

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary