Conjugation of rapporteren
het uitbrengen van een verslag of rapport Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | rapporteer |
| jij / je | rapporteert |
| hij / zij / het | rapporteert |
| wij / we | rapporteren |
| jullie | rapporteren |
| zij / ze | rapporteren |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | rapporteerde |
| jij / je | rapporteerde |
| hij / zij / het | rapporteerde |
| wij / we | rapporteerden |
| jullie | rapporteerden |
| zij / ze | rapporteerden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | rapportere |
| jij / je | rapportere |
| hij / zij / het | rapportere |
| wij / we | rapporteren |
| jullie | rapporteren |
| zij / ze | rapporteren |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | rapporteerde |
| jij / je | rapporteerde |
| hij / zij / het | rapporteerde |
| wij / we | rapporteerden |
| jullie | rapporteerden |
| zij / ze | rapporteerden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | rapporteer |
| jullie (archaïsch) | rapporteert |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | rapporteren |
Tegenwoordig deelwoord
| — | rapporterend |
Voltooid deelwoord
| — | gerapporteerd |