HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← rantsoeneren — definition

Conjugation of rantsoeneren

Regular CEFR C2
rɑnt.suˈneː.rə(n)

verdelen van een schaars goed door iedereen een kleinere, afgepaste hoeveelheid te geven Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik rantsoeneer
jij / je rantsoeneert
hij / zij / het rantsoeneert
wij / we rantsoeneren
jullie rantsoeneren
zij / ze rantsoeneren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik rantsoeneerde
jij / je rantsoeneerde
hij / zij / het rantsoeneerde
wij / we rantsoeneerden
jullie rantsoeneerden
zij / ze rantsoeneerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik rantsoenere
jij / je rantsoenere
hij / zij / het rantsoenere
wij / we rantsoeneren
jullie rantsoeneren
zij / ze rantsoeneren
Aanvoegende wijs — verleden
ik rantsoeneerde
jij / je rantsoeneerde
hij / zij / het rantsoeneerde
wij / we rantsoeneerden
jullie rantsoeneerden
zij / ze rantsoeneerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij rantsoeneer
jullie (archaïsch) rantsoeneert

Onbepaalde vormen

Infinitief
rantsoeneren
Tegenwoordig deelwoord
rantsoenerend
Voltooid deelwoord
gerantsoeneerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary