HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ranselen — definition

Conjugation of ranselen

Regular CEFR B2
ˈrɑnsələ(n)

iemand met een stok of karwats een pak slaag geven Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ransel
jij / je ranselt
hij / zij / het ranselt
wij / we ranselen
jullie ranselen
zij / ze ranselen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ranselde
jij / je ranselde
hij / zij / het ranselde
wij / we ranselden
jullie ranselden
zij / ze ranselden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ransele
jij / je ransele
hij / zij / het ransele
wij / we ranselen
jullie ranselen
zij / ze ranselen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ranselde
jij / je ranselde
hij / zij / het ranselde
wij / we ranselden
jullie ranselden
zij / ze ranselden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ransel
jullie (archaïsch) ranselt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ranselen
Tegenwoordig deelwoord
ranselend
Voltooid deelwoord
geranseld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary