HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← rammeien — definición

Conjugation of rammeien

Regular CEFR B2
/ˌrɑˈmɛi̯.ə(n)/

met een stormram beuken op een poort Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik rammei
jij / je rammeit
hij / zij / het rammeit
wij / we rammeien
jullie rammeien
zij / ze rammeien
Verleden tijd (o.v.t.)
ik rammeide
jij / je rammeide
hij / zij / het rammeide
wij / we rammeiden
jullie rammeiden
zij / ze rammeiden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik rammeie
jij / je rammeie
hij / zij / het rammeie
wij / we rammeien
jullie rammeien
zij / ze rammeien
Aanvoegende wijs — verleden
ik rammeide
jij / je rammeide
hij / zij / het rammeide
wij / we rammeiden
jullie rammeiden
zij / ze rammeiden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij rammei
jullie (archaïsch) rammeit

Onbepaalde vormen

Infinitief
rammeien
Tegenwoordig deelwoord
rammeiend
Voltooid deelwoord
gerammeid

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary