HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ramen — definition

Conjugation of ramen

Regular CEFR B1
ˈraːmə(n)

inschatten, vaak middels berekening Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik raam
jij / je raamt
hij / zij / het raamt
wij / we ramen
jullie ramen
zij / ze ramen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik raamde
jij / je raamde
hij / zij / het raamde
wij / we raamden
jullie raamden
zij / ze raamden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik rame
jij / je rame
hij / zij / het rame
wij / we ramen
jullie ramen
zij / ze ramen
Aanvoegende wijs — verleden
ik raamde
jij / je raamde
hij / zij / het raamde
wij / we raamden
jullie raamden
zij / ze raamden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij raam
jullie (archaïsch) raamt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ramen
Tegenwoordig deelwoord
ramend
Voltooid deelwoord
geraamd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary