HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← racen — definición

Conjugation of racen

Regular CEFR C1
/ˈreːsə(n)/

aan een snelheidswedstrijd deelnemen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik race
jij / je racet
hij / zij / het racet
wij / we racen
jullie racen
zij / ze racen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik racete
jij / je racete
hij / zij / het racete
wij / we raceten
jullie raceten
zij / ze raceten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik race
jij / je race
hij / zij / het race
wij / we racen
jullie racen
zij / ze racen
Aanvoegende wijs — verleden
ik racete
jij / je racete
hij / zij / het racete
wij / we raceten
jullie raceten
zij / ze raceten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij race
jullie (archaïsch) racet

Onbepaalde vormen

Infinitief
racen
Tegenwoordig deelwoord
racend
Voltooid deelwoord
geracet

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary