HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← raaskallen — definition

Conjugation of raaskallen

Regular CEFR B2

onzin uitkramen, wartaal spreken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik raaskal
jij / je raaskalt
hij / zij / het raaskalt
wij / we raaskallen
jullie raaskallen
zij / ze raaskallen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik raaskalde
jij / je raaskalde
hij / zij / het raaskalde
wij / we raaskalden
jullie raaskalden
zij / ze raaskalden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik raaskalle
jij / je raaskalle
hij / zij / het raaskalle
wij / we raaskallen
jullie raaskallen
zij / ze raaskallen
Aanvoegende wijs — verleden
ik raaskalde
jij / je raaskalde
hij / zij / het raaskalde
wij / we raaskalden
jullie raaskalden
zij / ze raaskalden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij raaskal
jullie (archaïsch) raaskalt

Onbepaalde vormen

Infinitief
raaskallen
Tegenwoordig deelwoord
raaskallend
Voltooid deelwoord
geraaskald

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary