HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← raadplegen — definition

Conjugation of raadplegen

Regular CEFR C2
ˈraːtˌpleː.ɣə(n)

een bron van informatie of ervaring aanspreken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik raadpleeg
jij / je raadpleegt
hij / zij / het raadpleegt
wij / we raadplegen
jullie raadplegen
zij / ze raadplegen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik raadpleegde
jij / je raadpleegde
hij / zij / het raadpleegde
wij / we raadpleegden
jullie raadpleegden
zij / ze raadpleegden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik raadplege
jij / je raadplege
hij / zij / het raadplege
wij / we raadplegen
jullie raadplegen
zij / ze raadplegen
Aanvoegende wijs — verleden
ik raadpleegde
jij / je raadpleegde
hij / zij / het raadpleegde
wij / we raadpleegden
jullie raadpleegden
zij / ze raadpleegden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij raadpleeg
jullie (archaïsch) raadpleegt

Onbepaalde vormen

Infinitief
raadplegen
Tegenwoordig deelwoord
raadplegend
Voltooid deelwoord
geraadpleegd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary