HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← quizzen — definición

Conjugation of quizzen

Regular CEFR C2
/ˈkʋɪ.zə(n)/

to do a quiz Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik quiz
jij / je quizt
hij / zij / het quizt
wij / we quizzen
jullie quizzen
zij / ze quizzen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik quizde
jij / je quizde
hij / zij / het quizde
wij / we quizden
jullie quizden
zij / ze quizden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik quizze
jij / je quizze
hij / zij / het quizze
wij / we quizzen
jullie quizzen
zij / ze quizzen
Aanvoegende wijs — verleden
ik quizde
jij / je quizde
hij / zij / het quizde
wij / we quizden
jullie quizden
zij / ze quizden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij quiz
jullie (archaïsch) quizt

Onbepaalde vormen

Infinitief
quizzen
Tegenwoordig deelwoord
quizzend
Voltooid deelwoord
gequizd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary