HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← puzzelen — definition

Conjugation of puzzelen

Regular CEFR C2
ˈpʏ.zə.lə(n)

oplossen van raadsels en puzzels Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik puzzel
jij / je puzzelt
hij / zij / het puzzelt
wij / we puzzelen
jullie puzzelen
zij / ze puzzelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik puzzelde
jij / je puzzelde
hij / zij / het puzzelde
wij / we puzzelden
jullie puzzelden
zij / ze puzzelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik puzzele
jij / je puzzele
hij / zij / het puzzele
wij / we puzzelen
jullie puzzelen
zij / ze puzzelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik puzzelde
jij / je puzzelde
hij / zij / het puzzelde
wij / we puzzelden
jullie puzzelden
zij / ze puzzelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij puzzel
jullie (archaïsch) puzzelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
puzzelen
Tegenwoordig deelwoord
puzzelend
Voltooid deelwoord
gepuzzeld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary