HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← prutsen — definición

Conjugation of prutsen

Regular CEFR C2
/ˈprʏtsə(n)/

een vak zonder voldoende kennis of vaardigheid uitoefenen, onhandig bezig zijn, knoeien, broddelen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik pruts
jij / je prutst
hij / zij / het prutst
wij / we prutsen
jullie prutsen
zij / ze prutsen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik prutste
jij / je prutste
hij / zij / het prutste
wij / we prutsten
jullie prutsten
zij / ze prutsten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik prutse
jij / je prutse
hij / zij / het prutse
wij / we prutsen
jullie prutsen
zij / ze prutsen
Aanvoegende wijs — verleden
ik prutste
jij / je prutste
hij / zij / het prutste
wij / we prutsten
jullie prutsten
zij / ze prutsten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij pruts
jullie (archaïsch) prutst

Onbepaalde vormen

Infinitief
prutsen
Tegenwoordig deelwoord
prutsend
Voltooid deelwoord
geprutst

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary