HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← pruimen — definición

Conjugation of pruimen

Regular CEFR C2
/ˈprœy̯.mə(n)/

vermengen van water met stoom Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik pruim
jij / je pruimt
hij / zij / het pruimt
wij / we pruimen
jullie pruimen
zij / ze pruimen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik pruimde
jij / je pruimde
hij / zij / het pruimde
wij / we pruimden
jullie pruimden
zij / ze pruimden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik pruime
jij / je pruime
hij / zij / het pruime
wij / we pruimen
jullie pruimen
zij / ze pruimen
Aanvoegende wijs — verleden
ik pruimde
jij / je pruimde
hij / zij / het pruimde
wij / we pruimden
jullie pruimden
zij / ze pruimden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij pruim
jullie (archaïsch) pruimt

Onbepaalde vormen

Infinitief
pruimen
Tegenwoordig deelwoord
pruimend
Voltooid deelwoord
gepruimd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary