HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← provoceren — definition

Conjugation of provoceren

Regular CEFR C2
ˌproː.voːˈseː.rə(n)

een reactie oproepen, uitdagen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik provoceer
jij / je provoceert
hij / zij / het provoceert
wij / we provoceren
jullie provoceren
zij / ze provoceren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik provoceerde
jij / je provoceerde
hij / zij / het provoceerde
wij / we provoceerden
jullie provoceerden
zij / ze provoceerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik provocere
jij / je provocere
hij / zij / het provocere
wij / we provoceren
jullie provoceren
zij / ze provoceren
Aanvoegende wijs — verleden
ik provoceerde
jij / je provoceerde
hij / zij / het provoceerde
wij / we provoceerden
jullie provoceerden
zij / ze provoceerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij provoceer
jullie (archaïsch) provoceert

Onbepaalde vormen

Infinitief
provoceren
Tegenwoordig deelwoord
provocerend
Voltooid deelwoord
geprovoceerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary