HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← prononceren — definición

Conjugation of prononceren

Regular CEFR C1

uitspreken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik prononceer
jij / je prononceert
hij / zij / het prononceert
wij / we prononceren
jullie prononceren
zij / ze prononceren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik prononceerde
jij / je prononceerde
hij / zij / het prononceerde
wij / we prononceerden
jullie prononceerden
zij / ze prononceerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik prononcere
jij / je prononcere
hij / zij / het prononcere
wij / we prononceren
jullie prononceren
zij / ze prononceren
Aanvoegende wijs — verleden
ik prononceerde
jij / je prononceerde
hij / zij / het prononceerde
wij / we prononceerden
jullie prononceerden
zij / ze prononceerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij prononceer
jullie (archaïsch) prononceert

Onbepaalde vormen

Infinitief
prononceren
Tegenwoordig deelwoord
prononcerend
Voltooid deelwoord
geprononceerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary